donderdag 10 november 2011

De afgelegde weg heelt de wonden
En trekt ze verder open
Gedachten aan hoe we hier zouden zijn

Alles is nieuw, stuntelig wijs ik de weg
Maar jij weet beter
Je kent hier alles al.

De doorgebrachte tijd is goddelijk
Is de kracht die mij de helling opstuwt

Maar eenmaal boven is alles anders
Wat is er nog werkelijkheid?

Ik wou dat we leefden in onze dromen
’s Morgens gaan we dan slapen

De ontbijttafel is al opgedekt, zeg je
Maar je weet dat ik zo’n honger heb
Dat de geur van versgelegde lakens
Me niet eens afleidt.

Op de top denk ik in vreugde
Maar de afdaling gaat zo snel
Ze zegt: iemand was je voor
Jouw vlag wordt niet gehesen

De al perfect gestemde snaar
Wordt plots aangeslagen
Door andermans dissonante toon

Het water in je ogen
Veroorzaakt door de gure wind
Je bereikt thuis

Droog je tranen, meisje
We hebben slecht nieuws.

zaterdag 22 oktober 2011

EP-muziek

Omdat ook op onbekende obscure plaatjes, wel eens prachtige muziek staat.








zondag 16 oktober 2011

Perceptie

Het is gewoon prachtig weer.
Toch overdag.
Met een trui.
Vandaag.
Voor nu.
Geniet.

zaterdag 8 oktober 2011

Winter Nights

It's like the very beginning of a Sunday morning,
There's a taste left of yesterday,
A reminder how the good things never stay.

The last one

"Ik ga niet meer naar fuiven!" zei ik nog, na een verschrikkelijk feestje twee weken geleden. Gisteren er natuurlijk toch toe verleid er nog eentje te doen. Zelfs ter plaatse dacht ik nog: ik heb echt geen zin om hier naartoe te gaan. Het werd nochtans leuk: zonder zwanzen en zonder zattigheid me écht geamuseerd, tot deze ochtend...

Om 9 uur wakkergemaakt om zo even tussendoor een uurtje in de stallen te gaan kuisen. Ja hoor, heel fijn. Toch nog een uur blijven liggen (foei!) en toen gebeld om de weegschaal te komen brengen naar mijn zus (twee huizen verder) en jemig de pemig, wat was dat... Een versneden ribbenkast van wat gisteren nog een levend varken was, een kuip met opgevangen bloed en een grote ton met stukjes vlees, om nog maar te zwijgen van de doordringende geur. Snel terug weg, en thuis in de stal aankomen, waar er opnieuw bloedsporen waren (een koe had zich pijn gedaan zeker?) en natuurlijk ook kaka. Nee, op een nuchtere maag en na een goed feestje, is zoiets niet meer aan mij besteed. Het is te veel.

Zeker omdat mijn ouders het niet meer verdienen. De regel is: om 1 uur thuis zijn. Belachelijk vroeg natuurlijk, zelfs als ik om 2 uur thuis wil zijn, ben ik nog met voorsprong de eerste om te vertrekken... Het lijkt gewoon alsof ze niet willen dat ik wegga, dat ik me ofwel verveel, ofwel voor hen werk, ofwel voor school werk, maar me zeker niet amuseer. En de aanblik van alles waar ik principieel tegen ben, hier gewoon voor mijn voeten geworpen alsof het niets is... Nee, nog een jaar en ik ben op kot. Eindelijk.

Edit: Ondertussen is het thuis uitgekomen en kan ik het hier ook schrijven: ik heb dé regel overtreden, ik was net voor 2 uur thuis. Mijn pa heeft gebluft en gezegd dat ik niet op tijd thuis was, en ik durfde niet meer verder liegen en zei de waarheid. Toen bleek dat hij me er had ingeluisd. Hij maakt het er écht niet beter op op die manier. De straf is nog af te wachten... Ik vind het rot dat ik mijn ouders hun vertrouwen heb moeten schenden, maar ik kwam gisteren tot een belangrijk keuzemoment: ofwel waag ik het erop, en denk ik voor één keer aan mezelf en mijn eigen plezier, ofwel houd ik me aan regels die gedateerd en totaal nutteloos zijn, gewoon om mijn ouders niet te schofferen. Het moest er ooit van komen. De vernedering van gisterennacht was trouwens enorm, toen ik een uur te laat vertrok, en tegelijk bleek te vertrekken met het kleine broertje (2 jaar jonger) van een klasgenote. Het zegde alles, naar ik meen.

woensdag 28 september 2011

Autologie

Ach, een aposiopese...

Een projectie

Er was eens een leerkracht – hij heette Sander – met een zwak voor films. Hij liet zijn leerlingen graag meegenieten van zijn passie voor de bewegende foto, maar het liefst keek hij af en toe op zijn eentje naar een film, in zijn eigen klaslokaal. Hij had nog een oude projector van enkele decennia geleden, waar men nog videocassettes in moet stoppen. Aangezien hij altijd film keek in zijn eigen klaslokaal, had hij zij projectiemuur al mogen en kunnen aanpassen aan zijn behoeften. Hij wist niet waar de muur van gemaakt was, hoe dik hij was, niet eens wat er achter de muur zat, maar hij hield van zijn muur. Het was ondertussen een stukje van zijn identiteit geworden, hij had hem al een aantal keer zelf herschilderd om te garanderen dat zijn films optimaal konden worden geprojecteerd.

Maar meneer Janssens stond al een tijdje in het onderwijs en ook zijn klaslokaal werd er niet jonger op. De school had haar subsidies eindelijk verdiend en begon met renovaties van de lokalen. Behalve degene die er het ergst aan toe waren, zoals het bijgebouwtje waar Sander zijn lokaal had. Die werden afgebroken en gebruikt voor een uitbreiding van de speelplaats. De school hield rekening met de werken in de nieuwe jaarplanning, en Sander werd een jaartje zwerfleraar. Hij had geen vaste klas meer. Hij nam zich voor om het dan maar een jaartje zonder filmprojecties te doen, maar al na enkele dagen bleek dat hij het niet kon laten.
Hij zocht naar een nieuw lokaal met de mooiste muur en ging ook op onderzoek uit: van wat zijn de muren gemaakt, welke klassen liggen naast elkaar, … Nog niet eens zoveel later was zijn oog gevallen op een prachtige muur in een wetenschapslokaal. Wetenschappen waren niet zijn ding, hij gaf geschiedenis, maar de muur zelf was werkelijk magnificent. Hij ging naar de “eigenaar”, meneer Stans van het klaslokaal, en vroeg hem of hij vaak ’s middags in zijn lokaal vertoefde:

-          Nee, nooit. Wie doet dat nu? Ik zit altijd gezellig bij mijn collega’s…
-          Ah, dat stemt me blij. Ik wilde vragen of ik misschien af en toe mijn films hier mocht komen afspelen, mijn klas wordt namelijk afgebroken.
-          Goh ja. Als je dat echt wilt… Ik zie het nut er niet meteen van in, maar goed. Kom het me maar op voorhand vragen, 1 keer per week mag dat wel.
-          Hoe? Maar, ik hoopte een kopie van de sleutel te krijgen, om hier wat vaker te mogen komen… Uw lokaal heeft werkelijk een prachtige muur.
-          Zorg maar dat je mijn muur niet aanraakt. En mijn lokaal, mijn regels, begrepen?
-          Als het zo moet…
Sander was werkelijk geschokt, hoe kon de eigenaar van zo’n muur nu dat soort arrogante kwal zijn. Zijn verstand was er te klein voor.

De volgende week nam hij toch zijn spullen mee - de verhuis maakte hem trouwens heel erg moe, hij ging zo snel als hij kan om zo weinig mogelijk tijd te verliezen, maar zijn apparatuur was erg zwaar - naar het nieuwe lokaal om na een te lange tijd nog eens een film te bekijken tijdens de middag. Zoals afgesproken op voorhand gemeld, en de laatste keer deze week.  Hij voelde zich weer net zoals vroeger: hij kon zijn films weer projecteren op een prachtige muur, het gevoel was geweldig. Het was net alsof het de eerste keer was. Maar het duurde niet lang, na een twintigtal minuten kwam meneer Stans binnen. Sander probeerde zo vriendelijk mogelijk te zijn, maar het was vergeefse moeite. Het enige wat hij kwam doen, was zijn volgende les voorbereiden, iets wat hij zelf had toegegeven nooit te doen. Het was duidelijk: Stans was Sander liever kwijt dan rijk. Het leek een beetje op kinderachtig pesten. En toen werd het pesten. Meneer Stans hing zijn posters – duidelijk onnodig voor zijn lessen – op die prachtige muur! Hoe mooi mijn film ook was, hoe prachtig de muur ook was, er zaten vlekken op de gevoelens die het losweekte. Een wrange smaak. Sander werd woedend toen Stans zonder praten nadien het lokaal verliet. Maar hij was te vermoeid om zijn woede te kunnen omzetten in gebaren. Hij begon te vermoeden dat dat een doodsoorzaak kon zijn: te moe om zijn woede of gevoelens in het algemeen te uiten, en daardoor een verschrikkelijk pijnlijk gevoel vanbinnen krijgen.

Het pesten ging door, hij probeerde het elke week wel eens, maar na een tijdje werd hij het beu. Hij wilde nog één keer iets wagen. De projectiemuur was na een half jaar al flink toegetakeld door dat ophangen van papieren en andere pesterijen. Sander wilde het schilderen, hij wist dat het de muur erg ten goede zou komen. Hij bracht zijn pot verf stiekem mee binnen, zorgde ervoor dat de deur vast stak (niet op slot, dat zou alles te verdacht maken, nu had hij het excuus dat de deur stuk was), en begon te verven.

Helaas. De muur leek wel helemaal gebrainwasht door meneer Stans. In plaats van dat hij de verf maar al te graag opnam omdat hij het nodig had, droop het meeste er gewoon terug af. Hij had zoiets nog nooit gezien en hij was ervan overtuigd dat niemand dit fenomeen ooit had gezien. Hij had niemand om kwaad op te zijn. De muur wist niet beter, meneer Stans had dit niet expres met de muur gedaan, en toch liep alles zo dramatisch af. Hij wist met zijn arsenaal aan gevoelens geen blijf. Het was de grootste teleurstelling in zijn leven.