maandag 15 oktober 2012

Het hoe en waarom van mijn maagpijn

Dit schrijf ik even zonder na te denken over stijl of mooie woorden. Het is meer een simpele dienstmededeling die stilaan onontkoombaar werd.

Sinds mijn 11-12 jaar heb ik af en toe last van mijn maag. Niet zomaar een zwakke maag of een maag die niet tegen drank kan. Zelf kan ik jammer genoeg ook niet benoemen wat ik heb. De dokter helaas ook niet.

Het gaat volgens een vast stramien: Maarten doet zich tegoed aan een maaltijd, meestal iets vettigs (denk frieten of pannenkoeken) waar hij veel van eet. Vervolgens gaat hij binnen 1 à 2 uur iets actief doen, iets waarbij hij recht moet staan of moet wandelen is al genoeg. Zolang hij maar niet kan gaan zitten/liggen. Na een half uur voelt het alsof zijn maag totaal geblokkeerd zit. En geloof mij, dat is absoluut geen aangenaam gevoel. Hoe langer hij dit volhoudt, hoe erger het wordt. Normaal gezien is hij zo slim om dan naar huis te gaan en opnieuw een leuke avond ziet verdwijnen als sneeuw voor de zon. Die enkele keer dat hij doorzette werd hij nog zieker en moest hij uiteindelijk overgeven.

Toen ik ermee naar de dokter ging, verklaarde ze dat door een waarschijnlijk te lage bloeddruk, maar ze vond het niet echt een dringend probleem denk ik, dus zei ze maar dat ik gewoon elke keer moest rusten, alsof er niks fundamenteel mis was. Sindsdien is het probleem enkel nog erger geworden, nu kan ik soms zelfs meer dan een uur lang na een gewone maaltijd, zonder vet, nog altijd niets doen zonder ziek te worden. Daarom wordt het eens tijd om iedereen op de hoogte te stellen zodat niemand vreemd opkijkt als ik een immens lange pauze nodig heb.

Want het is enorm moeilijk uit te leggen wat voor "aandoening" je hebt, als je er geen naam op kan plakken, en aangezien blijkbaar niemand ooit van dit probleem heeft gehoord, is er absoluut geen herkenning en zijn er veel mensen die niet inzien (en daarom geen rekening houden met) hoe lastig mijn probleem vaak is. Er is soms zelfs ongeloof, alsof ik iets verzin.

Is er dan geen oplossing, kan ik mezelf dan niet aanpassen aan mijn eigen beperkingen? Ja, er is een oplossing. Niets eten. Of af en toe een klein snackje, vetvrij uiteraard. Eén dag kan ik dat volhouden, 't is dan ook mijn vaste tactiek op festivals (wat ook een keer is foutgelopen met flauwvallen tot gevolg), maar als je, zoals nu bij de schachtenverkoop en de doop, een hele week paraat moet staan, dan moét ik passen. Helaas heb ik dat te laat ingezien en heb ik me eerst alsnog ingeschreven. Al wil ik dat ook niet als enige excuus inroepen, het plezier was er voor mij al van bij het begin af, maar dat is dan weer een andere kwestie...

Ik heb er mijn buik vol van (no pun intended), en ben zo het laatste half jaar al minstens een keer of tien terug moeten vertrekken, waarvan 3 keer de voorbije 2 weken, en heb zo al heel wat gemist. Hopelijk verklaart dit een en ander.

zaterdag 13 oktober 2012

Friday Nightmares

- Logh


Als aanhangwagen door de stad
anderen via flauwe wegen in de driver's seat beland
de eenzaamheid weegt, daar alleen in een massa

niet enkel mensen groeien
ook hun beperkingen dijen uit
als ziel van het wezen
de schaarste van de kunde

opgevangen normaliter door de aanpassing
het noodzakelijke leren leven
hier leg ik mij niet bij neer
ik word gelukkig van wat ik wil

door zijn eigen schaarste uit de markt geprijsd
gelukkig opgevangen door zijn schaarse links
maar vandaag niet
het was tweemaal te vroeg

vort, vooruit, trek je eigen kar hier nu maar uit
en met de laatste moed der wanhoop
zocht ik naar een toevluchtsoord
helaas, het was nu eenmaal te laat

een bloedmooie nacht, een bloedmooie melodie
een tirade tegen zichzelf, tegen eigen schap
alsof schrijven in andermans naam als niet genoeg is

de redding is nabij, maar de nood was niet het hoogst

twee meisjes extreem-links
ik lees hun plots berichtje
ik luister, ogen dicht
ik droom weer van hun hoop

Hoe Bert echt was.

 

Bert was een erg gedreven jongen. Erg talentvol ook. En hij had een hekel aan hoe andere mensen hun talenten zomaar konden vergooien, niet beseffend tot wat ze in staat zijn. Mensen die doelloos ronddwalen om 5 uur 's nachts bijvoorbeeld, na de overconsumptie van allerlei alcoholische rommel dat zelfs de meest verdienstelijke mens omvormt tot dwaze gek. Een achterlijke die enkele uren slaap later niet eens meer kan herinneren of hij zich wel of niet geamuseerd heeft. Wat een leven.

Hij was gepassioneerd in alles wat hij deed, zelfs al was het niet helemaal naar zijn zin. Bert gooide zijn alles in elke strijd waarin hij verwikkeld geraakte, hoe banaal of onbeduidend ook, maar hij had één groot probleem. Hij slaagde er nooit in om zijn talent om te zetten in geluk. Laten we dat even verduidelijk aan de hand van een flauwe wetenschappelijke uitleg die de genuanceerde uitleg in zijn context geweld aandoet: als Bert zijn talent gebruikte om bijvoorbeeld een lied te schrijven, creëerde hij een opeenvolging van noten die samen een kunstwerk vormden. Dat meesterwerkje omzetten naar iets concreets was hem nog nooit gelukt. Hij zou bandleden moeten vinden om zijn partituur te oefenen en op te nemen, maar hij had de communicatieve vaardigheden, noch de middelen ervoor om die zoektocht nog maar te initiëren. En zelfs al zou dat lukken, hij zou zijn cd nooit te midden van andere, zij het veel minder sterke, cd's kunnen leggen en verdedigen. Concurrentie was aan hem niet besteed. Marketingpraatjes al helemaal niet. Leugens hebben geen bestaansrecht.

Bert wilde graag enkele vrienden hebben met een sterke band, vrienden die hem konden begrijpen. Niemand stond op om die rol te vervullen, omdat Bert nooit een goede eerste indruk naliet en sociale vaardigheden miste om een gesprek op te starten met vreemden. Bert wilde graag iets betekenen in de wereld, zijn geniale werk en ideeën verspreiden, maar hij wist niet hoe hij dat moest doen. En zo liet Bert zijn geluk afhangen van doelen die hij nooit zou bereiken of nog maar benaderen.

Pas je dan aan, zegt de psycholoog, leer leven met je beperkingen. Maar hoe kan iemand leren leven met beperkingen die een ander niet eens begrijpt. Met beperkingen die niemand anders heeft. Hoe kan je aan een ander uitleggen dat je pas binnen een kwartiertje naar de fuif kan vertrekken, omdat je maag nog moet bekomen van een vettige maaltijd drie uur eerder. Hoe leg je uit aan spontane mensen, zij voor wie het moeite noch tijd kost om iets te bedenken om te vertellen, zij die vrienden maken bij de vleet, dat je dat zelf niet kan. Dat je je daarom een aanhangsel voelt, maar er niks kan aan doen. Het onbegrip van mensen voor andere mensen met vreemde beperkingen is stuitend. De vanzelfsprekendheid waarmee zij die succesvol zijn in een concurrentiële samenleving door het leven stappen en anderen, die van bij hun geboorte met fundamentele beperkingen zitten opgezadeld - al hebben zij tien keer meer talent en potentieel -, de schuld geven van hun eigen ongeluk, is ontegensprekelijk inhumaan. Zelfs vrienden verwerven is concurrentieel. Vrienden verworden tot grondstoffen op de markt. Human resources. Hoe kan een neo-liberaal 's nachts de slaap nog vatten.

Zoals Bert zijn er velen. Alleen is Bert onlangs iets ergs overkomen. Bert sprak nooit met anderen, omdat anderen niet met Bert spraken. Anderen dachten dat Bert asociaal was, niet van anderen moest weten, maar Bert kon zich gewoon moeilijk uiten. De spontane mens nam voorbarige conclusies en gooide het concept 'Bert als potentiele vriend' zonder remorse in de vuilbak.

Bert geraakte betrokken in een tragische instorting van een universiteitsgebouw na een gaslek, die tot een ontploffing had geleid. Hij zat ingesloten achter het puin met twee medestudenten, twee van die 'anderen'. En die anderen waren er in geslaagd om voor de nakende tweede ontploffing een vluchtroute te vinden, klauterend van steen naar steen. Bert was echter kleiner dan de twee anderen. En Bert had naar aanleiding van zijn maagproblemen ook een zwak gestel. Hij kwam ook zelden buiten om te sporten, want dat durfde hij niet meer, Bert was anders.

Hij kon de twee 'anderen' niet volgen. De twee anderen dachten dat hij niet wílde volgen, dat hij wilde sterven. Ze lieten hem achter. Hij stierf.

zondag 30 september 2012

If I ruled the world

Dit opiniestuk schreef ik naar aanleiding van de wedstrijd “If I ruled the world” van het maandelijkse magazine MO*. De opdracht was op een creatieve manier met 4000 tekens (inclusief spaties!) te vertellen wat ik zou doen als ik de heerser van de wereld was. Deze wedstrijd loopt binnenkort af, het resultaat wordt in november bekend gemaakt. In ieder geval, fingers crossed en amusez-vous!

Wat zou de aarde een fijne woonplaats zijn, mocht ik álle mensen van onze planeet mogen leiden. Op mijn eerste beleidsdag voer ik meteen een grote stijging van de rozenteelt door en ken ik enorme subsidies voor dansopleidingen toe. Tevens komen er maatregelen om het beroep dokter, vooral dat van de radioloog en podoloog, aantrekkelijker te maken. Even later volgt deel twee van de grote wereldverbetering: iedereen zal verplicht zijn zich huppelend door het leven te begeven, in plaats van het gebruikelijke doorworstelen, en het saaie stilstaan wordt ingewisseld voor doorleefde danspasjes. Het maakt niet uit hoe ridicuul of ritmisch erbarmelijk, als de vreugde er maar van afspat. Om het geheel wat af te kruiden, worden dagelijks enkele vrijwilligers aangeduid die rozenblaadjes rondstrooien, kwestie van de wereld nog wat mooier te maken.

Nee, even serieus. Het is eigenlijk een paradoxale kwestie, want met zo’n gigantische macht valt er maar één ding te doen, namelijk deze macht terug uitdelen, en wel evenredig verdeeld onder élk van de zeven miljard mensen. Een eigen visie doordrukken is crimineel en dictatoriaal, punt. Er staat dus maar één topic op de agenda: een hervorming van de democratie. En daar is nog heel wat werk aan.

Ons huidige systeem dateert nog van de 19de eeuw en staat ver van de werkelijkheid af. Allereerst heeft onze geglobaliseerde wereld nood aan een globale democratie, ofte een wereldregering. Tegelijk zorgen verschillende factoren ervoor dat verkozenen en kiezers uiteen zijn gegroeid. Uiteindelijk is het leven op quasi alle terreinen veel ingewikkelder geworden, wat meer invloed heeft op de politieke problematiek dan je zou verwachten.

De particratie wordt om die redenen onder mijn hoede afgeschaft. Om toch zo weinig mogelijk standpunten aan de onderhandelingstafel te krijgen (om niet-efficiënte vergaderingen te vermijden) verkiezen kleinschalige wijkraden een vertegenwoordiger naar een hoger congres met een goedgekeurde resolutie in de hand, waarna er getracht wordt alle resoluties te doen convergeren tot een nieuw akkoord. Dit herhaalt zich tot op het hoogste bevoegde niveau. Op die manier beslist iédereen mee over nationale of internationale kwesties, in plaats van de dictatuur van de meerderheid waarbij aanhangers van niet-regeringspartijen hun mening amper of niet vertegenwoordigd zien. Met dit model heeft elke burger uit in de ganse wereld evenveel te vertellen over bijvoorbeeld de richting die de wereldeconomie uit moet.

"Maar wacht eens even!" hoor ik u denken. "Wat weet de gewone burger nu van economische, maatschappelijke of juridische materie? Worden zij niet beter bestuurd door kenners?" Gedeeltelijk waar, maar een democratie valt of staat met informeren en betrekken van de bevolking. Om aan dit probleem tegemoet te komen, zal een regering enkel bestaan uit (slechts uitvoerende) experts, die diverse voorstellen formuleren aan de bevolking. Men gaat vervolgens vanaf het laagste politieke niveau in discussie, in aanwezigheid van een andere expert ter duiding, tot men het uiteindelijk eens raakt en een resolutie opmaakt voor een hogere instantie. Een raad of parlement kan, bij brede meerderheid, trouwens altijd een volmacht verlenen aan een minister bij acute problemen.

Uiteindelijk is het hoogste orgaan van dit systeem het wereldparlement met zijn wereldregering, welke voornamelijk economische beslissingen zullen nemen. Het is namelijk onmogelijk om in alle vrijheid te kiezen voor een eigen economisch systeem, wanneer het spook van de concurrentiekracht ten opzichte van andere regio's opdoemt. De kapitalistische race naar de bodem en multinationale ondernemingen die landen tegen mekaar kan uitspelen, worden zo vermoedelijk verleden tijd.

Met deze, laten we het sociocratie noemen, hoeven we hopelijk geen bizarre subsidies meer te geven en regels op te leggen. Als men zijn eigen maatschappij werkelijk in handen kan nemen, is de mens hopelijk zó bevrijd, dat hij spontaan al dansend rozenblaadjes rondstrooit.

woensdag 22 augustus 2012

Festivalverslag: Pukkelpop 2012

18 augustus werd de gelukkigste dag van mijn leven. Niet per se de dag die me het meest gelukkig maakte, maar simpelweg een dag met de meeste “chance”. Het feit dat ik vorig jaar de pukkelpopramp had meegemaakt, was bijvoorbeeld de enige reden dat ik voor deze editie aan een zaterdagticket was geraakt. En de hitte die ook ’s morgens al woedde, zorgde ervoor dat ik een uur vroeger opstond, waardoor ik net op tijd las dat ik een uur vroeger moest opstaan. Mijn festivaldag begon al om 11.30 aan de mainstage…
Balthazar (11.30, Main Stage) ***
Deze Belgische band, die twee jaar geleden nog de Wablief?! afsloot, mocht het hoofdpodium op de laatste dag openen. Ze waren niet onder de indruk van die omstandigheden en speelden een redelijk atypische set, waarbij mij enkel ‘Fifteen Floors’ bekend in de oren klonk. Enkele nieuwe nummers en niet-singles zorgen voor een sfeervol begin van de dag, toen nog in de schaduw.
Dry The River (12.00, Marquee)**** 1/2
Maar ik zat al met mijn gedachten bij een van mijn meest geanticipeerde optredens van de dag. Dry The River krijgt redelijk wat aandacht in Groot-Brittannië, in België braken ze, nochtans in het spoor van Mumford & Sons of Fleet Foxes nog niet echt door. Hun optreden viel daardoor heel kort uit en miste de tijd om naar hun climax (‘Lion’s Den’, het op één na beste nummer van de dag) te groeien, maar misschien ging de tijd net zo snel vooruit door hun eigen verdienste. Via onder andere ‘Demons’ en ‘Bible Belt’, enkele rustige nummers, gingen ze naar hét intense en zeer vroege hoogtepunt van de dag: ‘No Rest’. Deze korte, gevarieerde set doet veel goeds verhopen voor hun toekomst.
The Joy Formidable (12.35, Main Stage)****
De Morgen noemde hen in hun recensie een goed alternatief voor Muse, die de foute dubsteprichting zouden aanhangen. Zo ver zou ik nog niet durven gaan, en ze zijn ook niet helemaal vergelijkbaar, maar hun rotsvaste shoegaze sloeg bij een groot deel van het kleine publiek wel degelijk aan. Het hoofdpodium was misschien net iets te groot voor hen, met hun relatief grote hit en afsluiter ‘Whirring’ echter vuurden ze een enorme hoeveelheid energie de wei op, die de volle 7 minuten bleef doorrazen. Andere hoogtepunten waren ‘Love Is The Everchanging Spectrum Of A Lie’ en ‘Austere’, en het grote geluk bekend volk tegen te komen, waardoor ik voor de rest van de dag gegarandeerd goed gezelschap had.
Man Without Country (13.15, Castello)***
Net 13 uur gepasseerd en al twee straffe gigs gezien, dat kan enkel op pukkelpop. Het werd tijd voor een vrijblijvende ontdekking in het nieuwe podium ‘Castello’, wat eigenlijk gewoon een vertaalde, verplaatste en gelukkig ook vergrootte chateau was. De dansbare muziek van de moeilijk te beschrijven band maakte de honderd toeschouwers zeer enthousiast. Er was, ondanks de opkomst, dus wel degelijk sfeer en tegelijk ook veel ruimte om te dansen. Een interessante afwisseling.
The Cribs (13.55, Main Stage)** 1/2
Door hun twee sterke singles ‘Men’s Needs’ en ‘Cheat On Me’ waren The Cribs op mijn schema beland. Komende van de andere kant van het terrein miste ik misschien dat laatste nummer, maar het gehele concert was geen hoogvlieger. Ergens gezeten vlakbij het podium genoot ik toch van de grungy indie rock en een welgekomen zitpauze in de ondertussen brandende zon. Mijn binnengesmokkelde wafel smaakte – zonder zwans – als een gebakken wafel. Na ‘Men’s Needs’ vertrok ik met hoge verwachtingen naar Daughter.
Daughter (14.40, Club)****
Die verwachtingen werden grotendeels ingelost. Daughter, vooral bekend als een van de lievelingetjes van het stubru-programma Duyster, gaf een bloedmooi optreden. De nummers werden aaneengepraat door de erg verlegen – “this song is about ehm, death” - en daardoor vertederende frontvrouw, die niet wist wat haar overkwam toen ze het opgekomen publiek zag (dat de club de koelste tent was, was wellicht de grootste oorzaak). Met ‘Candles’ en vooral ‘if you’re in love then you’re the lucky one…’ scheurde ze onze harten aan flarden.
Pulled Apart By Horses (16.40, The Shelter)**** 1/2
Het contrast kan amper groter zijn dan met Pulled Apart By Horses. Deze punk band met indie invloeden is de Britse grote broer van Psycho 44, en combineerde een fantastische sfeer met mosh en circle pits, een overgevende frontman (doordat hij zich zo overgaf aan zijn performance) en een oproep tot willekeurige high fives in het publiek. Dat laatste leidde uiteraard ‘High Five, Swan Dive, Nose Dive’ in, wat het laatste deel van één groot hoogtepunt vormde, dat me heel wat nekpijn heeft bezorgd.
The Shins (16.55, Main Stage)***
De ideale achtergrondmuziek voor een twintigtal minuten liggen in de zon en genieten van een verrassend lekkere spie pizza margherita. Best een fijn optreden, maar misschien geen echte festivalband. Geen spijt van de overlapping met Pulled Apart By Horses dus.
Patrick Watson (17.45, Club)**** 1/2
Eigenlijk stond hier mijn eetpauze gepland, ik kende deze band namelijk niet, maar door een vergetelheid had ik bij dit concert afgesproken met vrienden (en communicatie blijft moeilijk op pukkelpop…). En gelukkig maar! Na een wat aarzelende start, vooral omdat zijn muziek niet echt evident is, greep zijn muziek me meer en meer aan. Zijn humor en kunde om een publiek mee te krijgen, samen met het feit dat er op het podium heel wat te zien valt door een legioen aan instrumenten, waren de kers op de taart. Ik kreeg van zijn show werkelijk een spontaan geluksgevoel. De snoodaard deed me nog even hopen op ‘To Build A Home’, maar nadat hij zijn drie keuzemogelijkheden aan het publiek had voorgelegd, bleek het om een van zijn mopjes te gaan.
Als enige mocht hij trouwens een concert geven rond de aangekondigde minuut stilte van 18.10u voor de slachtoffers van verleden jaar. Het ging aan me voorbij dat ik de ramp vanop dezelfde plaats had beleefd, exact 1 jaar voor de minuut stilte. De minuut stilte zelf viel binnen een prachtig nummer over familie en vrienden, gezamenlijk rond één micro gebracht door de band. In het midden van dit nummer braken ze af, en een ongelooflijk indrukwekkende minuut stilte volgde. Zelfs geen kuchje ontsnapte in de Club-tent. Nadien volgde een oorverdovend applaus en even later brak het onderbroken nummer van Patrick Watson helemaal open. De tranen bleven op het nippertje bedwongen.
The Antlers (19.35 , Club)**
In diezelfde Club traden The Antlers even later op. Vooraf een van m’n meest geanticipeerde optredens na mijn verslaving aan hun voorlaatste cd ‘Hospice’. Helaas brachten ze het er maar matig vanaf. Enkel nummers uit hun laatste worp haalde de setlist, uitgezonderd hun nieuwe single ‘Drift Dive’. Bij elk nummer dacht ik: “nu zijn we de intro van mindere nummers voorbij, de greep naar de keel wordt ingezet”, maar helaas, die kwam er niet. Ze maakten een grote vertraagde brei van hun nummers, en zelfs hun fantastische ‘Putting The Dog To Sleep’, voor de gelegenheid wat uitgerokken, sloeg amper aan. Desondanks toch nog sfeervol verlopen, en door de intrinsieke kwaliteit van de band geen verkwist uurtje.
Miike Snow (20.20, Marquee)*****
Toch een klein baalgevoel, toen ik 5 minuten na de start pas bij Miike Snow arriveerde. Die had een feest ingezet wat ik nog maar zelden beleefd had. Van begin tot einde projecteerde hij zijn onuitputtelijke energie op het publiek, terwijl een lichtshow bij zonsondergang het feest vervolmaakte. Luisterend naar zijn muziek op plaat vormt het een uitdaging onbeweeglijk te blijven, maar live is zijn muziek een bom. Het was misschien wel het einde van de dag, maar de vermoeidheid en de pijn maakten plaats voor continu gedans. ‘Animal’, ‘Sylvia’, ‘Paddling Out’, ‘Burial’,… het kleine publiek (de aanwezigen bij The Black Keys hadden ongelijk!) dat was opgekomen, ging volledig uit zijn dak voor deze hits, maar evengoed voor zijn onbekendere nummers. Wauw.
Foo Fighters (22.25, Main Stage)*****
Even nog kreeg ik een benauwd gevoel, toen het kletteren van vertrappeld wordend afval op de grond, pratende mensen en andere bijgeluiden, gecombineerd met de gevallen duisternis, me even deden terugdenken aan het drama van het jaar ervoor. Snel gerustgesteld door de open hemel begaf ik me op goed geluk naar het hoofdpodium, hopend op een goed plekje en om in de al talrijk opgekomen/gebleven massa vrienden terug te vinden. En ik verzilverde mijn kleine kans.
Vanop een redelijke plaats , die we later konden verbeteren tot een goede plek, zagen we helden Dave Grohl en Taylor Hawkins op het hoofdpodium een indrukwekkend en strak concert geven. Ze hadden vooraf 2.5 uur tijd gekregen, waarvan ze 2 uur vol maakten en waarin ze niet eens DOA, Have It All of – ik was licht ontgoocheld – Let It Die gestopt kregen. Dat had misschien wel gelukt zonder de twee covers en te vaak uitgebreide show-off outro’s, maar goed. Hun verzameling hits is inderdaad zo groot, en de nummers van de laatste plaat moesten lieve ook echt niet onderdoen. Enkele toppers in de reeks van velen: ‘My Hero’, ‘Best of You’, ‘These Days’, waarbij hij zijn verhaal vertelde over de ramp van vorig jaar en dit nummer opdroeg aan de slachtoffers. Na 1.5 uur verlieten ze het podium, waarna alles donker werd en we met nachtkijker op de schermen Hawkins en Grohl zagen, die een spel begonnen met het publiek over het al dan niet geven van een bisronde, en hoeveel nummers die zou bevatten. De typische humor van Foo Fighters zat erin verwerkt, ze kon niet ontbreken. Het werden er uiteindelijk vier, met ‘Everlong’ als de gedroomde afsluiter. De sfeer in het midden van misschien wel 50.000 fans die gezamenlijk genoten van dit optreden is nauwelijks te beschrijven.
Hoe goed het dus was? Wel, ik ben niet eens zo’n grote fan, maar na 2 uur Foo Fighters en 13 uur/12 bands was ik absoluut nog niet verzadigd, ondanks de dorst, de honger en de vermoeidheid. Het was het perfecte einde van de perfecte festivaldag.

woensdag 11 juli 2012

Open brief aan Bart De Wever

Beste Barrie

Het oogt wellicht veel te amicaal en informeel, maar dat is nu eenmaal het gevoel dat ik heb bij de gedachte aan jou, Barrie. Ik zie je namelijk zo vaak, dat het lijkt alsof je een echte kennis bent geworden. Wie weet worden we ooit nog wel vrienden. Je humor bevalt me tenminste al en je zegt waar het op staat, dat is eerlijk en daar hou ik wel van.

Ik weet nog hoe onze, ietwat eenzijdige, ontmoeting begon. Het was op een of andere late avond, toen ik trouwe kijker werd van een woestijnvisproductie die je werkelijk op het lijf geschreven was: De Slimste Mens. Niemand twijfelde eraan dat je daar op je plaats was, Barrie, met je geschiedkundige achtergrond. Dan bleek ook nog eens dat je in je vrije tijd de boekskes doorbladerde en al van een badonkadonk had gehoord. Je werd plots allemans vriend, en de gemiddelde partijhoppende en politiek apathische burger stuwde jouw partij vanuit de vergeetput naar de eerste etappe van de Vlaamsche veroveringstocht.

En toegegeven, ook ik was even mee met je nieuwe discours. Hoewel achteraf is gebleken dat jouw maatschappelijke visie mijlenver van de mijne lag, was ik de dag van de jongste federale verkiezingen (je weet wel, diegene waar je als enige overgebleven politieke zwaargewicht de rest verpletterde met een monsterscore van 28%) blij dat er een nieuwe wind waaide door het politieke landschap. Ik geloofde dat er eindelijk een einde kon komen aan jaren van kabbelende politiek, telkens tegengehouden door een belangenconflict hier en een BHV-onderhandeling daar.

De nieuwe politiek, daar stond je voor. Een centrum-rechtse anti-establishmentpartij, die vanuit een soort wantrouwen en vooral vermoeienis naar de politiek keek. Het maatschappelijke geduld was op, het kon zo niet meer verder. Of je nu uit de onderhandelingen bent gestapt of eruit geweerd bent, daar ga ik het nu niet over hebben, (daar wil ik het niet meer over hebben, iets met oude koeien en grachten en zo...), maar als katalysator heb je in ieder geval heel wat voor mekaar gekregen. Evenwel, ik dwaal af.

Waar ik je dus graag over aansprak, Barrie, was jouw alomtegenwoordigheid die mij met deze vertrouwde gevoelens heeft opgescheept. In jouw vorm als katalysator bij de onderhandelingen (ik vereenzelvig je nu even met je partij, ik vermoed dat je daar niets op tegen hebt aangezien je dat zelf ook doet, zie lager) kwam je al vaak genoeg in het nieuws, maar met lokale verkiezingen binnen een tijdspanne van een klein half jaar kwam je pas echt op stoom. De berichtenstroom over jou en de Antwerpse sjerp bijvoorbeeld, doet-ie het of doet-ie het niet? Toegegeven, je kan niet alles blijven combineren. En van het federale voorplan verdwijnen door de zes jaar lange opsluiting in 't Schoon Verdiep was en is een zeer groot risico. We wachten met spanning af hoe dat zal aflopen, mocht je in Antwerpen een geschikte coalitiepartner vinden. Want die verkiezingen verliezen, zit dat er nog echt in?

Niet enkel via de media verpletter je ons met je slanke aanwezigheid, vooral je verkiezingscampagne is me een doorn in het oog Barrie. Naar ik gehoord heb, staat je beeltenis en slogan te blinken in zowat de helft van de Vlaamse gemeenten, verspreid tussen De Panne en Opgrimbie. Toen ik je tegenkwam in de straten van Nijlen was mijn eerste, ietwat cynische reactie: "Tiens, wil Bart De Wever burgemeester van Nijlen worden?" Nee Barrie, wat doe je dat goed, je foto is in megaformaat altijd dicht bij ons. Eén opmerking heb ik wel, strookt dat hele campagnegedoe wel met je anti-establishmenthouding en "de kracht van verandering"?

Want je gebruikt toch eigenlijk geniepige marketingtrucs puur voor electoraal gewin? Een beetje hypocriet dus. Je kan moeilijk zeggen dat campagne voeren in heel Vlaanderen voor lokale verkiezingen echt eerlijk is, wij kunnen in Nijlen namelijk helemaal niet voor jou stemmen. Je kan het verduidelijken met een surrealistische vergelijking: pakweg Martin Schultz zet België vol met borden met zijn hoofd op, om de PS te steunen bij de federale verkiezingen. Foute vergelijking zeg je? Nochtans kom jij, Barrie, van 1 bestuursniveau hoger (het Vlaamse parlement - gemeenteraad) en moei je je in de campagne van plaatsen waar je niet verkiesbaar bent. Schultz komt ook van 1 bestuursniveau hoger (Europarlement - federale verkiezingen) en inderdaad, hij zou komen interfereren in verkiezingen waar hij niets mee te maken heeft. Om nog maar te zwijgen van de vernedering voor de lokale kandidaten, die uit de weg gaan staan voor het stemmenkanon van hun partij, die eigenlijk ook gewoonweg draait rond die ene persoon. Mocht het anders zijn, dan zou je af en toe iemand anders op een affiche zetten, of wie weet zelfs iemand die we wél op de plaatselijke kieslijst zullen terugvinden.

Sta je trouwens ook niet voor democratie? Er moet geluisterd worden naar het Vlaamse volk, zoiets zou toch uit jouw mond kunnen komen, vermoed ik? Het is er al meermaals uitgekomen, in verband met de Vlaamse minderheid in de regering en de N-VA die genegeerd werd in de federale onderhandelingen. Jammer genoeg keer je je kar wanneer het jou goed uitkomt, want zeg nu zelf, tégen Elio Di Rupo stemmen in lokále verkiezingen... Tegenstemmen is sowieso al een beetje flauw, maar lokale verkiezingen dienen om lokale verwezelijkingen te beoordelen, en de uiteindelijk verkiezingsuitslag zal absoluut geen invloed hebben op het federale niveau. Mooie praat van je, maar eerder te klasseren onder fletse toogpraat, en ondertussen een aanfluiting van de democratie op lokaal niveau.

Daarom noem ik je heden ten dage Barrie, meneer De Wever. Ik zou zo graag Bart De Wever zeggen, maar het staat je gewoon niet meer. Jammer, want met zo'n bijnaam is er ook meteen een heel grote hap uit je geloofwaardigheid. Neem eens een voorbeeld aan je collega Jan Peumans. Vandaag, niet geheel toevallig de Vlaamse feestdag, gaf hij een speech waarin hij zijn bewondering uitte voor Wallonië en zich afzette tegen de vooroordelen over luiheid en Walen. Een man die inspireert en niet te beroerd is om de waarheid te vertellen. Een man die jij wil zijn dus. Ik hou je niet tegen.

Met vriendelijke groeten

Maarten


zondag 29 april 2012

Reisverslagje: Italiëreis


Net zoals ik met mijn camera geprobeerd heb geen clichéfoto’s van de bekendste gebouwen in Italië te maken, maar vooral foto’s van mensen of sfeerfoto’s, probeer ik met dit “reisverslag” neer te pennen wat leuk zou kunnen zijn om later te lezen en wat uniek was voor ónze reis.Verwacht dus geen opsomming van wat we bezocht hebben en wat mijn mening was over al dat moois. Waarschuwing: wellicht insiders only, en zelfs die zullen soms niet helemaal mee zijn.

13 april 2012. 4 uur ’s ochtends. Er werd iemand verpletterd met verjaardagswensen en ze gaf er (na een tijdje wanhopig leurend) een voorraad snacks voor terug. Er werd vooral naarstig verdergeslapen met het oog op de zware reis. Gekaart werd er, 10 dagen lang eigenlijk, om de verveling te doden. Het Waalse, Franse, Zwitserse en uiteindelijk Italiaanse landschap schoof voorbij tot in San Pellegrino. ’s Avonds kregen we vrij en werd er door enkele unionisten persistent gewacht, zodat de hele groep samenbleef. Er werd een gokje gewaagd door het smalle straatje te kiezen en men vond het casino, de ongetwijfeld mooiste plek van San Pellegrino. De regen deerde niet eens, menig middenmeet werd getrokken.

14 april 2012. Verona gaf ons voor het eerst het signaal dat heel Italië gerenoveerd werd: de San Zeno verstopt achter doek. Eerder werden er bonnetjes getrokken voor het erbarmelijke Franse toilet. Maar er werd vooral fruit in een glas gegeten en geschreven op de melancholisch makende muren richting Julia’s balkon. ’s Avonds was er ontnuchtering door stinkende Florentijnse kamers met toiletten in de douche, toiletten die niet doorspoelden en spek op de kasten. En het Stendhal-syndroom werd geïllustreerd.
De bijna voltallige klas in de Arena van Verona

15 april 2012. Er werd geklaagd over verschrikkelijke croissants, erbarmelijke fruitsap en slechte koffie. Er werden drie Davids van Michelangelo bekeken. De eerste was de echte, in een museum. Iedereen was nog fris. Bij de replica op de Piazza Della Signoria werd er al geklaagd over vermoeidheid, pijn in de benen en het weer. Oh jongens, het weer. Het grauwe Firenze werd onrecht aangedaan. In de rij naar de Duomo werden er blobs gekocht die ’s avonds vastgeraakten aan het plafond van het hotel. Rond het middaguur werden spaghetti’s weggekaapt en pizza’s werden verorberd in 7 minuten. Leerkrachten vonden dat er werd overdreven. Er werd overmoedig gehuppeld in de Boboli-tuinen. De weg naar het restaurant werd kwijtgeraakt door sommigen, die voor 5 euro een horloge kochten. Aldaar werd geen kaas gelust en kraamde men wartaal uit. Busselké pekez. Er werden sprintjes getrokken bij de avondwandeling richting David numero tré. Er werd naar zijn pietje gewezen op foto. En sommigen riepen wel eens “Ciaccarella!” Nogal vaak, eigenlijk.

Davids pietje
16 april 2012. De weg naar Rome. De welgekomen rustpauze in de bus werd zoals eerder en later gebruikt voor uno en andere kaartspelen. Ook Siena hield het niet droog, maar de Campo en de basiliek verwonderden. Gezelligheid. ’s Avonds in Rome werd men blij verrast door de hotels. En er werd gestapt en verkend. Snorren van wel één meter werden aanschouwd, plaspauzes drongen zich op. Iemand ging bijna van 2-3 meter hoog face first op het Romeinse asfalt. Eén avondwandeling later werd de grens overgestoken. We werden in het oog gehouden door dieven op de pikbus en Vaticaanse agenten aan het plein. Bussen werden quasi gemist en leerkrachten hielden de man met de hoed in het oog op hotel.

17 april 2012. Mevrouw Sels bewees dat ze haar huiswerk gemaakt had. In het Pantheon werd amper gepoogd een Latijnse vertaling te verzinnen. Er werd met Jezuïeten gelachen. Een onschuldige Despar werd geplunderd, katten werden gespot en pizza 6 was voor sommigen al achter de kiezen. Van de zon werd eindelijk genoten (20°!). Er werd overenthousiast gedaan over het zoeken van een brandpunt. Stiekeme foto’s van de tegenvallende Sixtijnse kapel (en vooral de weg ernaartoe) werden gemaakt. Een zijdelingse ‘godverdomme’ werd uitgesproken door de durvers. Spiegelfoto’s waren onweerstaanbaar (zowel het nemen van de foto als de foto’s zelf…) Vloeken werden uitgesproken over mislukte Trevi-fonteinwensers. Een hilarische mimespeler diverteerde ons, was bijna weg met een lief, een jasje en gaf uiteindelijk een afscheidskus.
De Trevifontein

18 april 2012. Er werd erkend dat de Romeinse metro nemen geen sinecure is, en zo werd de planning in de war gegooid. Het Colosseum werd duizendmaal op de gevoelige plaat vastgelegd. Het “tik-op-de-schoudergrapje” werd ongeveer evenvaak uitgehaald. Er werd gestreden tegen de vermoeidheid, de voetpijn, het gebrek aan verbeelding en de verveling in het antieke Rome. Een strijd tegen enkelpijn werd op moedige wijze verloren. Een meeuw en een “don’t spit on the floor thank you” fleurde de dag op. En de zon: de in het hotel vergeten zonnebrandcrème mocht bovengehaald worden. Een bedelaarster kon haar geluk niet op bij het zien van ons en onze vrijgevigheid. Universita Roma-truien werden vlotjes ingekocht, ondanks de mainstreamness. “Ciaccarella” en “cazzo” werden door het hele station gehoord.

19 april 2012. Een rustig dagje in Spoleto werd geapprecieerd. Broodjes warm vlees, pizza’s (voor de laatste twee overblijvers numero 8) of ineens heel brood werden opgegeten. Italianen konden niet zwijgen over de aardbeving in L’Aquila, en over de schoonheid van iemand van ons. Klasfoto’s werden genomen op de Ponte delle Torri. Mensen lieten weten wie hun favoriete neger was. Pluisjes vielen aan waar ooit de witte stieren werden gezuiverd. Er werden met meer belangstelling dan voor het monument in Gubbio zelf, pagina’s van een geprojecteerd boek omgeslagen of 3d-effecten in een kamer uitgeprobeerd. ’s Avonds werd er heel wat uitgeprobeerd en gemixt in de bar, maar voor de aangeschoten leerkrachten bleef het bij enkele pintjes. Ochtenddiscussies werden zo opgelost in alcohol, en een hart werd verwarmd na warme chocomelk.
Ongeveer Latijn-Moderne Talen
Latijn-Wiskunde
Latijn-Wetenschappen

20 april 2012. Zo’n dag waarvan je denkt: wat hebben we vandaag eigenlijk gedaan? De mozaïeken van de Ravennati werden bezocht. Vijf ninja’s doken op. Een debuut in de McDonalds werd opgetekend, tegen principes in. Het “tik-op-de-schoudergrapje” lukte bij de grappenmaker zelf, terwijl het hem nog steeds niet lukte bij een van ons. In Stra’, waar niks te doen bleek, werd een quiz gewonnen door Fap! Fun and pleasure. Een koor bedankte de bediening perfect toonvast. We werden nog even geleerd door een Duitssprekende Italiaan dat uno due tre gevolgd werd door quattro, en dat Eddy Merckx ons enige exportmerk is. Een spontaan klasmoment werd gedoogd door de leerkrachten.

21+22 april 2012. Schandalig dure wc’s werden al snel vergeten door het fantastische weer en het bloedmooie Venetië. De anekdotes waren blijkbaar op aan het einde van de reis (nefast voor dit verslag). Edoch, de 10de pizza werd naar binnen gespeeld, een Venetiaans masker werd intensief gezocht voor ons achterbleven klasgenootje en “piemelkaas!” werd geschreeuwd tussen de nietsvermoedende Italianen. Op de bus werd er aarzelend gezongen en overtuigd hiejel veul partijtjes uno gespeeld. Met alle gevolgen vandien: verbanningen naar Borgloon werden uitgesproken, dekens werden ingezet en waar was Elisabeth eigenlijk? En doet u nu eigenlijk mee, mevrouw? Er werd nog een spreekwoord uitgevonden, maar de streep was eigenlijk al lang van de kijf…